ECLI:NL:RBDHA:2019:971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen inreisverbod na verstrijken geldigheidsduur
Eiser, met de Turkse nationaliteit, kreeg bij besluit van 26 mei 2015 een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Hij verzocht op 17 november 2017 om tijdelijke opheffing van dit verbod om zijn partner tijdens haar ziekte te kunnen bijstaan. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een zeer uitzonderlijk en dringend geval.
Eiser stelde dat het bestreden besluit onjuist was en dat de hoorplicht was geschonden. Verweerder betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het inreisverbod inmiddels was vervallen. De rechtbank overwoog dat eiser sinds 30 december 2016 buiten de EU verbleef en dat de tweejarige geldigheidsduur van het inreisverbod op 30 december 2018 was verstreken.
Hierdoor was het inreisverbod van rechtswege vervallen en had eiser geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het inreisverbod van rechtswege is vervallen.