ECLI:NL:RBDHA:2019:9691
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen WOZ-waarde woning ondanks ontbreken berging en mindere ligging
Eiser, huurder van een appartement met een bruto vloeroppervlakte van circa 67 m², betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €164.000 per 1 januari 2017. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het ontbreken van een berging, de slechte ligging en de staat van onderhoud, en beschouwde de waardebepaling als een 'black box'.
Verweerder onderbouwde de waardering met een matrixberekening waarin de woning systematisch werd vergeleken met drie vergelijkingsobjecten met marktgegevens en vastgoedrapporten. De rechtbank oordeelde dat deze vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar zijn en dat de gehanteerde methodiek en vlokcoderingen (onder meer voor onderhoud en ligging) adequaat waren toegepast. De beperkte hoogte van een deel van de woning werd niet als berging aangemerkt, wat door verweerder ook in de waardering was verwerkt.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de waarde tot stand is gekomen en dat de waardering niet te hoog is vastgesteld. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €164.000 wordt ongegrond verklaard.