ECLI:NL:RBDHA:2019:9038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens ontbreken contact en vertrek met onbekende bestemming
De opposant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. De opposant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep kennelijk ongegrond omdat hij geen authentieke documenten over zijn minderjarigheid kon overleggen en het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing was.
Tegen deze uitspraak stelde de opposant verzet in, stellende dat hij minderjarig is en dat een zitting noodzakelijk was om zijn gronden toe te lichten. Tijdens de zitting verscheen de opposant niet, en bleek dat hij sinds 15 mei 2019 met onbekende bestemming was vertrokken zonder de autoriteiten te informeren. Zijn gemachtigde kon geen contact met hem krijgen.
De rechtbank oordeelde op basis van jurisprudentie dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt, moet worden aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming. Gezien het ontbreken van contact en het niet verschijnen van opposant en zijn gemachtigde, verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de opposant met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde.