ECLI:NL:RBDHA:2019:9012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Deel van strook land op perceel eigendom door verkrijgende verjaring
In deze zaak stond de vraag centraal wie eigenaar is van een strook land die deel uitmaakt van een perceel met hoofdzakelijk water. Verzoekster was eigenaar van het perceel, terwijl mede verzoeker eigenaar was van aangrenzende percelen. Mede verzoeker stelde dat hij door verkrijgende verjaring eigenaar was geworden van de strook land.
De wijkrechter beoordeelde of sprake was van bezit in de zin van artikel 3:107 BW Pro en of de machtsuitoefening zodanig was dat de eigenaar kon begrijpen dat mede verzoeker zich als eigenaar beschouwde. Diverse omstandigheden werden besproken, waaronder het gebruik van de strook land, onderhoud, afzettingen en het feit dat de strook land deels ontoegankelijk was.
De rechter oordeelde dat het deel van de strook land naast en ten zuiden van een garage door verkrijgende verjaring eigendom was geworden van de eigenaren van de aangrenzende percelen. Het noordelijke deel van de strook land bleef eigendom van verzoekster. Daarnaast werd mede verzoeker veroordeeld tot betaling van de helft van de notariskosten en werden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: Een deel van de strook land is door verkrijgende verjaring eigendom geworden van de aangrenzende percelen, terwijl het noordelijke deel eigendom blijft van verzoekster.