Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 18 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond en is tegen eiser een inreisverbod voor de duur van tien jaren uitgevaardigd.
Overwegingen
knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (
personal participation).
knowing participationis volgens dit beleid in ieder geval sprake als de vreemdeling heeft gewerkt bij een organisatie waarvan verweerder heeft aangetoond dat deze zich op systematische wijze en/of op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan de misdrijven die genoemd worden in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, of wanneer de vreemdeling heeft deelgenomen aan handelingen waarvan hij wist of had moeten weten dat het dergelijke misdrijven betrof.
personal participationis volgens dit beleid onder meer sprake als het handelen en/of nalaten van de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het betreffende misdrijf. Daarvan kan worden gesproken wanneer de bijdrage een effect heeft gehad op het begaan van het misdrijf en deze hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze had plaatsgevonden indien niemand de rol van de vreemdeling had vervuld of indien de vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om het misdrijf tegen te houden.
knowing participationomdat hij geen kennis had van wat er met de door hem aangeleverde informatie gebeurde.
knowing participationzoals bedoeld in C2/7.10.2.4 van de Vc. De vraag in hoeverre de door eiser aangeleverde informatie concreet heeft bijgedragen aan de gepleegde misdaden speelt in dit onderdeel van de beoordeling geen rol.
personal participation. Volgens eiser heeft verweerder onvoldoende onderzoek gedaan naar de organisatiestructuur van Afdeling 279, waarbij hij erop wijst dat hij daar vanuit een civiele hoedanigheid werkzaam was. Eiser ontkent zelf bezig te zijn geweest met het monitoren van opposanten, laat staan met het medeplegen van mensenrechtenschendingen, en wijst erop dat hij geen andere rol had dan promotiewerkzaamheden, vertaalwerkzaamheden en het doorsturen van lijsten met persoonsgegevens. Ook wijst eiser erop dat hij geen kennis had van de hoedanigheid of de verrichtingen van de personen op de door hem doorgestuurde lijsten en dat hij geenszins betrokken was bij de beslissing wat er met deze personen moest gebeuren.