ECLI:NL:RBDHA:2019:8596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende medische onderbouwing en veilig land van herkomst
Eiser, een Georgische staatsburger, diende een asielaanvraag in met het argument dat hij lijdt aan Hepatitis B en C en medische behandeling in Georgië nodig heeft. De aanvraag werd door verweerder afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij zonder behandeling een levensbedreigend risico loopt en dat zijn medische klachten voldoende zijn onderbouwd via bezoeken aan GezondheidsZorg Asielzoekers.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn medische situatie onvoldoende heeft onderbouwd met documenten zoals medische stukken. Bovendien bleek uit eerdere asielaanvragen in diverse Europese landen dat eiser geen verblijfsvergunning heeft verkregen. Volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is alleen in zeer uitzonderlijke gevallen uitzetting wegens medische toestand verboden, wat hier niet is aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat Georgië als veilig land van herkomst geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico op onmenselijk lijden loopt bij uitzetting. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen reden voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag is afgewezen.