Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 2 voor zover daarbij het primaire besluit 3 is gehandhaafd;
- herroept het primaire besluit 3 voor zover het de hoogte van de (totale) boete betreft, bepaalt de hoogte van deze boete op € 9.500,- en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit 2;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.048,-.