ECLI:NL:RBDHA:2019:7614
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingplicht afvalstoffenheffing voor eigenaar leegstaand perceel
Eiser, eigenaar van een perceel te Den Haag, was het niet eens met de aanslag afvalstoffenheffing 2018 opgelegd door de gemeente Den Haag. De rechtbank oordeelde dat eiser als eigenaar en gebruiker van het perceel belastingplichtig is op grond van de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2008.
De rechtbank stelde vast dat eiser de beschikking had over het perceel, ondanks dat hij er in 2018 niet woonde en het perceel leegstond. Dit doet niet af aan de heffingsbevoegdheid, omdat de verplichting tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen ook geldt voor percelen waar afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Bovendien was er een bedrijf van eiser gevestigd op het adres, wat het ontstaan van afvalstoffen niet uitsluit.
Gezien deze feiten verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 1 augustus 2019. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag afvalstoffenheffing 2018 is ongegrond verklaard.