ECLI:NL:RBDHA:2019:7089
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar parkeerbelasting onterecht; naheffingsaanslag vernietigd
Eiseres ontving een duplicaat van een naheffingsaanslag parkeerbelasting na constatering van het niet betalen van parkeerbelasting op 8 oktober 2018. Zij maakte tijdig bezwaar tegen deze aanslag, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, omdat de naheffingsaanslag volgens verweerder onder de ruitenwisser van de auto was aangebracht op de datum van de overtreding.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft bewezen dat de naheffingsaanslag daadwerkelijk op die wijze is uitgereikt. Het duplicaat, verzonden op 27 oktober 2018, vormt de juiste bekendmaking, waardoor de bezwaartermijn pas vanaf dat moment begon te lopen. Het bezwaar van 4 december 2018 is daardoor tijdig ingediend.
De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het beroep gegrond. Omdat verweerder ambtshalve de naheffingsaanslag heeft vernietigd en partijen zich hiermee kunnen verenigen, doet de rechtbank zelf uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase en de beroepsfase.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte bekendmaking en de zorgvuldigheid die een bestuursorgaan moet betrachten bij het vaststellen van de ontvangst van een aanslag. De rechtbank wijst een vergoeding toe voor de gemaakte kosten van bezwaar en beroep en sluit de procedure af met een duidelijke instructie over het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar ontvankelijk, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en veroordeelt verweerder tot proceskostenvergoeding.