ECLI:NL:RBDHA:2019:6965

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2019
Publicatiedatum
12 juli 2019
Zaaknummer
NL19.14398
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMRichtlijn 2011/95/EUBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag uit Balkh, Afghanistan

Eiser, een Afghaanse nationaliteitdragende, diende een opvolgende asielaanvraag in na eerdere afwijzing wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van een 15c-situatie in Balkh. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk, stellende dat de nieuwe documenten niet relevant of verifieerbaar waren en dat het asielrelaas om andere redenen ongeloofwaardig bleef.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de aangevoerde nieuwe bronnen over de verslechterde veiligheidssituatie in Balkh niet relevant zijn, terwijl de staatssecretaris zich baseerde op eerdere uitspraken en ambtsberichten die geen 15c-situatie erkennen. Hierdoor is het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de algemene veiligheidssituatie volgens de Afdeling bestuursrechtspraak en andere bronnen niet zodanig is verslechterd dat terugkeer onmogelijk is.

De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak biedt inzicht in de toetsing van opvolgende asielaanvragen en de vereisten voor motivering van besluiten omtrent veiligheidssituaties in het kader van artikel 3 EVRM Pro en de Kwalificatierichtlijn.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd met behoud van rechtsgevolgen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.14398

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

ProcesverloopBij besluit van 20 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.14399, plaatsgevonden op 4 juli 2019. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich ook laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Afghaanse nationaliteit te hebben. Aan zijn eerdere asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij in Afghanistan vreest voor de gevolgen van een eerwraakgeschil. Eisers aanvraag is bij besluit van 17 oktober 2018 afgewezen. Deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, heeft in de uitspraak van 5 november 2018 [1] geoordeeld dat verweerder eisers asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Balkh in Afghanistan vanwege de algemene veiligheidssituatie terecht zal komen in een situatie die strijdig is met artikel 3 van Pro het EVRM [2] . Deze uitspraak is onherroepelijk geworden na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 30 november 2018 [3] .
2. Ter onderbouwing van zijn opvolgende asielaanvraag heeft eiser vertalingen van ziekenhuisdocumenten overgelegd en een e-mail van het ziekenhuis dat de documenten heeft opgesteld. Verweerder heeft in het bestreden besluit geconcludeerd dat dit geen relevante nieuwe elementen of bevindingen betreft, omdat het e-mailadres van het ziekenhuis niet te verifiëren is en omdat het asielrelaas ook om andere redenen dan het ontbreken van ziekenhuisdocumenten ongeloofwaardig is geacht. Deze conclusie is in beroep niet bestreden.
3. Eiser heeft in de zienswijze gesteld dat sprake is van een verslechterde algemene veiligheidssituatie in de provincie Balkh in Afghanistan. Verweerder stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat de procedure van de eendagstoets niet bedoeld is om eerst in de zienswijze nieuwe elementen naar voren te brengen die eiser ook op een eerder moment had kunnen indienen. Dat neemt echter niet weg dat verweerder dient te beoordelen of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.
4. Eiser stelt in zijn gronden van beroep dat verweerder heeft nagelaten om te toetsen of bij terugkeer sprake kan zijn van een situatie die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM.
De rechtbank volgt eiser niet in dit standpunt. In het bestreden besluit heeft verweerder gewezen op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 5 november 2018, waarin is geoordeeld dat in Balkh zich geen situatie als bedoeld in 15c, van de Kwalificatierichtlijn [4] voordoet. Verweerder heeft overwogen dat er sindsdien geen sprake is van gewijzigd beleid ten aanzien van Afghanistan in het algemeen, of de provincie Balkh in het bijzonder, hetgeen impliceert dat verweerder nog steeds van mening is dat daar geen sprake is van een 15c-situatie.
5. De rechtbank is echter van oordeel dat verweerder dit standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder is immers niet ingegaan op de bronnen die eiser ter onderbouwing bij de zienswijze heeft genoemd. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit wordt om die reden vernietigd.
6. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De Afdeling heeft op 22 januari 2019 [5] , met verwijzing naar uitspraken van 21 maart 2018 en 1 oktober 2018 [6] , bevestigd dat nergens in Afghanistan de algemene veiligheidssituatie zo slecht is, dat een vreemdeling alleen daarom niet zou kunnen terugkeren. Verweerder heeft ter zitting verwezen naar zijn Kamerbrief [7] . In deze brief wordt met verwijzing naar het algemeen ambtsbericht [8] dezelfde conclusie getrokken. Eiser vermeldt in zijn zienswijze zelf de conclusie van EASO [9] in juni 2018 dat er in de provincie Balkh geen sprake is van een 15c-situatie. De andere bronnen [10] waarnaar eiser verwijst rechtvaardigen evenmin de conclusie dat de situatie in Afghanistan, in het bijzonder de provincie Balkh, wezenlijk slechter is dan de situatie die door de Afdeling op 22 januari 2019 is beoordeeld.
7. Vanwege de gegrondverklaring van het beroep zal de rechtbank verweerder veroordelen in de proceskosten van eiser. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 1.024 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512 en uitgaande van een zaak van gemiddeld gewicht).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024 (duizendvierentwintig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
3.Zaaknummer 201809005/2/V2
4.Richtlijn 2011/95/EU
7.Brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, van 1 juli 2019
8.Algemeen ambtsbericht Afghanistan van 1 maart 2019
9.European Asylum Support Office,Country Guidance: Afghanistan, juni 2018
10.Rapport van het EASO, Afghanistan; security situation, juni 2019, rapport van het Migrationsverket, Säkerhetsläget i Afghanistan van 4 december 2018, rapport van ACCORD, Afghanistan third quarter 2018, van 12 november 2018, artikel van de BBC, Afghanistan election: voters defy violence to cast ballots, van 21 oktober 2018 en Foundation for Defense of Democracies, the Long War Journal, Mapping Taliban control in Afghanistan, zoals geraadpleegd op 27 december 2018