ECLI:NL:RBDHA:2019:6937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid af te wijzen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat de referent, bij wie eiseres wilde verblijven, niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt vanwege het ontvangen van een WGA-uitkering.
De rechtbank overweegt dat het beleid van verweerder uitgaat van een veronderstelling dat een WIA-uitkering op grond van de WGA geen blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid inhoudt. Eiseres stelde dat dit beleid niet in overeenstemming is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, de Gezinsherenigingsrichtlijn en het EVRM, en dat verweerder alle individuele omstandigheden had moeten betrekken.
De rechtbank concludeert dat verweerder het beleid terecht toepast en dat het besluit niet onredelijk is. Het UWV heeft vastgesteld dat de referent niet duurzaam arbeidsongeschikt is en dat er een redelijke kans op herstel bestaat. Aangezien er geen rechtsmiddelen tegen dat besluit zijn ingesteld, mag verweerder daarvan uitgaan. Ook de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro is niet onjuist gemaakt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de aanvraag af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen omdat de referent niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen beschikt.