ECLI:NL:RBDHA:2019:6935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende identiteit en familierelatie
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als gezinslid van zijn echtgenote, die een asielvergunning bezit. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit en het huwelijk met de referent niet aannemelijk had gemaakt.
Eiser stelde dat hij geen officiële documenten kon overleggen en overhandigde onofficiële documenten, waaronder een kerkelijke huwelijksakte en een conditional release uit Israël. Verweerder concludeerde dat deze documenten onvoldoende bewijs vormden, mede omdat de huwelijksakte vals bleek te zijn en de conditional release niet overeenkwam met andere gegevens.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser geen substantieel bewijs van zijn identiteit heeft geleverd en dat verweerder daardoor niet hoefde te beoordelen of de familierelatie aannemelijk was. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels op het bezwaar had beslist. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag werd ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierelatie.