ECLI:NL:RBDHA:2019:5862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting en proceskostenvergoeding
Eiser was in 2017 deels werkzaam in Suriname en deels in Nederland en gaf in zijn aangifte het gehele inkomen als Nederlands inkomen aan. De Belastingdienst legde een aanslag op, die na bezwaar werd verminderd vanwege voorkoming van dubbele belasting. Eiser stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn verzoek om proceskostenvergoeding en belastingrente.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst bij een zorgvuldige kennisname van de aangifte niet tot toekenning van voorkoming van dubbele belasting hoefde te komen, omdat eiser geen splitsing maakte tussen binnenlands en buitenlands inkomen. Hierdoor was geen sprake van een aan de Belastingdienst toe te rekenen onrechtmatigheid die proceskostenvergoeding rechtvaardigt.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser meerdere malen de gelegenheid had gekregen om gehoord te worden maar niet reageerde. Het beroep tegen de aanslag werd ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van belastingrente niet-ontvankelijk, omdat dit onderdeel eerst via bezwaar behandeld moet worden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.