ECLI:NL:RBDHA:2019:5819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Inhouding salaris onrechtmatig bij opgedragen plaatsing ambtenaar
Eiser, sinds 1987 ambtenaar bij Buitenlandse Zaken, werd in 2018 geplaatst in een functie met een lagere salarisschaal. Verweerder hield het salaris in op grond van het verschil tussen de oude en nieuwe schaal, stellende dat sprake was van een vrijwillige plaatsing. Eiser betwistte dit en stelde dat het een opgedragen plaatsing betrof, waarbij behoud van salarisschaal geldt volgens artikel 35, vierde lid, RDBZ.
De rechtbank stelde vast dat eiser inderdaad op grond van artikel 27 RDBZ Pro is geplaatst en dat de inhouding op het salaris in strijd is met artikel 35, vierde lid, RDBZ. Verweerder kon niet aantonen dat eiser uitsluitend voorkeur had voor lagere functies, waardoor de tenzij-bepaling niet van toepassing was. Tevens werd gewezen op een nieuwsbrief die het behoud van salarisschaal bevestigde.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan verweerder opgelegd. De uitspraak bevestigt het recht van ambtenaren op behoud van salarisschaal bij opgedragen plaatsingen, tenzij zij uitsluitend lagere functies prefereren.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot inhouding op het salaris en draagt op tot een nieuw besluit met behoud van salarisschaal.