ECLI:NL:RBDHA:2019:5623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering specifieke zorgkosten na FIOD-onderzoek naar gefingeerde bedragen in aangiften
De zaak betreft de navordering van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 tot en met 2015 en de aanslag over 2012. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op nadat een FIOD-onderzoek een sterk vermoeden van gefingeerde persoonsgebonden aftrekposten in aangiften van de gemachtigde van eiser aan het licht bracht.
De rechtbank stelde vast dat de oorspronkelijke aangiften geen aanleiding gaven tot nader onderzoek en dat het FIOD-onderzoek een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigt. Eiser kon de in aftrek gebrachte specifieke zorgkosten niet aannemelijk maken, ondanks meerdere verzoeken en mogelijkheden daartoe.
Verder oordeelde de rechtbank dat het bezwaar tegen de aanslag 2012 terecht niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn. De hoorplicht werd niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De beroepen werden ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen gehandhaafd.