ECLI:NL:RBDHA:2019:5618
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens nieuw feit na FIOD-onderzoek naar gefingeerde aftrekposten
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de inspecteur terecht een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2015 heeft opgelegd aan eiser. De inspecteur baseert zich op een nieuw feit, namelijk een FIOD-onderzoek waaruit blijkt dat de gemachtigde van eiser mogelijk gefingeerde bedragen heeft gebruikt in aangiften.
De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke aangifte van eiser geen aanleiding gaf tot nader onderzoek, mede omdat deze verzorgd was door een professioneel gemachtigde. Pas na een steekproef en een chi-kwadraattoets door de FIOD ontstond het sterke vermoeden van gefingeerde bedragen, wat een nieuw feit vormt dat navordering rechtvaardigt.
Eiser heeft de aftrek van specifieke zorgkosten niet aannemelijk gemaakt en heeft ook niet gereageerd op verzoeken om bewijsstukken. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de aftrek terecht heeft gecorrigeerd en dat het bezwaar van eiser terecht kennelijk ongegrond is verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.