ECLI:NL:RBDHA:2019:5138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag binnenhavengeld voor historische bedrijfsvaartuigen na registratie in Nationaal Register Varende Monumenten
Eiseres, eigenaar van diverse historische bedrijfsvaartuigen, stelde beroep in tegen een aanslag binnenhavengeld opgelegd door de gemeente Leiden. Zij wenste toepassing van het verlaagde tarief voor historische vaartuigen, waarvoor inschrijving in het Nationaal Register Varende Monumenten (NRVM) vereist is. Eiseres betoogde dat de eis tot lidmaatschap van een behoudsorganisatie in strijd was met haar vrijheid van vereniging zoals beschermd door artikel 8 van Pro de Grondwet en artikel 11 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat het NRVM geen vereniging is, maar een register en dat het lidmaatschap van een vereniging niet door verweerder is verplicht gesteld. De procedure voor inschrijving in het register is redelijk en niet willekeurig. Inmiddels waren drie vaartuigen van eiseres ingeschreven, waardoor zij in aanmerking kwamen voor het lagere tarief.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag binnenhavengeld tot € 10.900,95. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat de gemeente binnen haar bevoegdheid handelt en dat de vrijheid van vereniging niet wordt geschonden door de tariefregeling.
Uitkomst: De aanslag binnenhavengeld 2017 wordt verminderd tot € 10.900,95 omdat drie vaartuigen van eiseres zijn geregistreerd als historische vaartuigen.