Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.DETOMA B.V. te Leiden,
[gedaagde sub 1], te [plaats] ,
[gedaagde sub 2], te [plaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 april 2018 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 27 februari 2019, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van de op 19 december 2018 gehouden comparitie van partijen, inclusief pleitnota’s, en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
Underwriting and Business Production services”.
Underwriting and Business Production services” aan NCIS.
Underwriting & business production” diensten. In totaal heeft Detoma van Aon en NCIS tezamen in die periode een bedrag van € 467.000 ontvangen.
kick back-constructieshadden opgezet, waarbij aan Detoma – en indirect aan [gedaagde sub 1] – een bemiddelingsfee werd uitbetaald voor het uitoefenen van invloed binnen HDI, waardoor aan deze contractspartijen door HDI opdrachten werden verleend. De bemiddelingsfee zou zijn doorberekend aan HDI. De rol van [gedaagde sub 2] was volgens HDI dat hij hiervan op de hoogte was en niet heeft ingegrepen, waar dat wel van hem kon worden verlangd. HDI had hierbij niet alleen het oog op de gang van zaken ten aanzien van Aon en NCIS, maar ook op andere contractspartijen van HDI, waaronder bouwbedrijf [A] (hierna: [A] ), consultancybedrijf [B] (hierna: [B] ), evenementenbureau [C] (hierna: [C] ) en kantoorinrichter [D] (hierna: [D] ).
3.Het geschil
kick back-constructie, waarbij vanuit Detoma – waarin [gedaagde sub 2] belangen heeft – steekpenningen werden gefactureerd door leveranciers van HDI, zonder dat [gedaagde sub 2] daartegen enige actie heeft ondernomen. Subsidiair is [gedaagde sub 2] op grond van artikel 2:9 BW Pro aansprakelijk jegens HDI. [gedaagde sub 2] heeft misbruik gemaakt van zijn positie als bestuurder bij HDI. In plaats van te handelen in het belang van HDI heeft [gedaagde sub 2] zich schuldig gemaakt aan onbehoorlijk bestuur, door eraan mee te werken (en niet te verhinderen) dat Aon en NCIS een jaarlijkse fee betaalden aan Detoma. [gedaagde sub 2] was nauw betrokken bij de facturering door Detoma aan leveranciers van HDI.
4.De beoordeling
De vordering jegens [gedaagde sub 1]
kick back-constructieheeft opgezet waarbij vanuit Detoma steekpenningen werden gefactureerd aan NCIS en Aon. Deze handelswijze moet volgens HDI als frauduleus worden aangemerkt. Er was niet daadwerkelijk sprake van “
underwriting & business production”- diensten door Detoma. HDI baseert zich daarbij op het onderzoek van de FIOD, waarbij de FIOD geen schriftelijke adviezen van Detoma/ [gedaagde sub 1] aan NCIS en Aon heeft aangetroffen. Verder stelt HDI dat het niet voor de hand ligt dat jaarlijks een vast bedrag wordt betaald, zonder dat dat vaste bedrag hoeft te worden verantwoord door Detoma. Op één van de facturen aan NCIS staat bovendien vermeld “
share of the insurance commission”. Tot slot wijst HDI erop dat op de omschrijving van een tweetal facturen van NCIS wordt verwezen naar de datum van de overeenkomst tussen HDI en NCIS. Daaruit volgt volgens haar dat de betalingen die NCIS aan Detoma heeft verricht niet daadwerkelijk verband houden met een tussen Detoma en NCIS bestaande overeenkomst en advieswerkzaamheden van Detoma voor NCIS, maar met de door HDI gestelde
kick back-constructie.
share of the insurance commission”.
modus operandi) en verklaringen voor die feiten door [gedaagde sub 1] in deze zaak en in de zaken met betrekking tot de andere contractspartijen van HDI, zoals besproken in de vonnissen van de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2017 en 8 november 2017 en de strafvonnissen van de rechtbank Rotterdam van 19 april 2018 ( [A] , [D] , [C] en [B] ). Daarin was immers ook sprake van jaarlijkse fees en uit de verklaringen bij de strafrechter volgt dat [gedaagde sub 1 c.s.] ook ten aanzien van die contractspartijen van HDI heeft verklaard dat het ging om een jaarlijkse fee voor advieswerkzaamheden. In die zaken heeft de rechtbank [gedaagde sub 1] niet gevolgd in zijn verklaring, omdat betrokkenen bij de betreffende contractspartijen een verklaring hadden afgelegd, waardoor de verklaring van [gedaagde sub 1] werd gelogenstraft.
kick back-constructieskonden worden aangemerkt, en de gelijkenissen tussen de handelswijze met betrekking tot die contractspartijen en NCIS en Aon, sluit de rechtbank geenszins uit dat [gedaagde sub 1] ook als het gaat om de handelswijze ten opzichte van Aon en NCIS onrechtmatig heeft gehandeld jegens HDI. De rechtbank gaat er in het hiernavolgende veronderstellenderwijs vanuit dat sprake was van
kick back- constructiesdie [gedaagde sub 1] heeft opgezet via Detoma en merkt dit aan als onrechtmatig jegens HDI. Dit leidt evenwel niet tot toewijzing van de vordering. Daarvoor is immers wel vereist dat komt vast te staan dat HDI schade heeft geleden. Anders dan bij het strafrechtelijke ontnemen van het voordeel dat [gedaagde sub 1] heeft genoten, gaat het bij begroting van de schade in deze civiele procedure om de vraag of HDI als gevolg van de onrechtmatige handelwijze van [gedaagde sub 1] schade heeft geleden. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van schade van HDI als zij meer betaalde voor de werkzaamheden van Aon en NCIS als gevolg van de fee voor Detoma. Dat betekent dat voor het bestaan van schade vereist is dat (i) de aan Detoma betaalde fees ten laste zijn gekomen van HDI en (ii) HDI daardoor meer heeft betaald voor de werkzaamheden van NCIS en Aon dan zij zonder fee voor Detoma zou hebben gedaan. De rechtbank is echter van oordeel dat HDI de stelling dat zij schade heeft geleden onvoldoende heeft onderbouwd. Ter toelichting dient het volgende.
6.198(2 punten × tarief € 3.099)