ECLI:NL:RBDHA:2019:4923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor zelfstandige arbeid wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Libanese nationaliteit, heeft op 16 januari 2017 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel arbeid als zelfstandige te verrichten in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat met de voorgenomen zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) bracht op 9 februari 2017 en opnieuw op 17 augustus 2017 een negatief deskundigenadvies uit, waarin werd geconcludeerd dat de onderneming niet rendabel, solvabel of liquide is en dat de omzetprognoses onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Ondanks aanvullende stukken van eiser en een verzoek om nadere onderbouwing, heeft eiser niet de gevraagde financiële gegevens aangeleverd.
De rechtbank oordeelt dat het negatieve advies van de RvO als deskundigenadvies als grondslag voor het besluit mag dienen, aangezien er geen concrete aanwijzingen zijn die twijfel aan de juistheid en volledigheid van het advies rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag voor zelfstandige arbeid wordt ongegrond verklaard.