ECLI:NL:RVS:2018:174
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning vennoot bakkerij
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af omdat met zijn werkzaamheden als vennoot in een bakkerij geen wezenlijk Nederlands belang werd gediend. Dit werd onderbouwd met een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO), die twijfels had over de consistentie van de jaarrekeningen en de bestendigheid van de onderneming.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond omdat de staatssecretaris niet de brief van de boekhouder had voorgelegd aan de RvO, waarin een verklaring werd gegeven voor de inconsistenties in de jaarcijfers 2013. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat deze brief geen afdoende verklaring biedt en dat het deskundigenadvies van de RvO terecht als grondslag voor het besluit is gebruikt.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd dat de toegevoegde waarde van de vreemdeling als vennoot niet is aangetoond en dat de financiële stukken over 2014 en 2015 geen definitieve gegevens bevatten. Er is geen aanleiding om de RvO opnieuw om advies te vragen.
Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 januari 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.