ECLI:NL:RBDHA:2019:4665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek continuering opvangvoorzieningen na afwijzing asielaanvraag
Eiseres, een Iraakse asielzoekster, verzocht om continuering van haar opvangvoorzieningen terwijl haar asielaanvraag was afgewezen. Verweerder, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, wees dit verzoek af. Eiseres stelde dat het beëindigen van de opvang een medische noodsituatie zou veroorzaken en verwees naar het Gnandi-arrest en eerdere jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was kennis te nemen van het beroep en dat eiseres voldoende procesbelang had, mede vanwege het verzoek tot beoordeling van geweigerde leefgeldbedragen. De rechtbank verwierp de stelling dat de artikelen 5 en 7 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) onverbindend waren verklaard, omdat het beroep in eerste aanleg tegen de afwijzing van de asielaanvraag inmiddels was afgerond.
Ook het beroep op het Europese Hof van Justitie-arrest Gnandi werd afgewezen omdat dit arrest alleen garanties biedt tijdens het beroep in eerste aanleg. Ten aanzien van de medische noodsituatie concludeerde de rechtbank dat de overgelegde medische stukken onvoldoende bewijs leverden voor een acute noodsituatie die onmiddellijke opvang rechtvaardigt. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot continuering van opvangvoorzieningen is ongegrond verklaard wegens ontbreken van een acute medische noodsituatie.