ECLI:NL:RBDHA:2018:655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Soffers
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- I.J.K. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring artikelen Regeling verstrekkingen asielzoekers wegens strijdigheid met EU-opvangrichtlijn
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om zijn opvang te beëindigen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva). Eiser had een asielverzoek ingediend dat op 27 januari 2017 als kennelijk ongegrond werd afgewezen, met oplegging van een inreisverbod en terugkeerbesluit. Tijdens de beroepsprocedure tegen deze besluiten werd de opvang beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat eiser nog steeds als verzoeker in de zin van de EU-opvangrichtlijn geldt zolang de beroepsprocedure loopt en dat het afwijzend besluit geen definitieve beslissing is zolang er beroep en voorlopige voorziening lopen. De artikelen 5 en 7 van de Rva, die het recht op opvang beëindigen bij het verstrijken van de vertrektermijn of bij een inreisverbod, zijn daarmee in strijd met de EU-richtlijn en moeten onverbindend worden verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot het voortzetten van de opvangvoorzieningen totdat op het verzoek tot voorlopige voorziening is beslist. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen. Prejudiciële vragen aan het EU-Hof werden niet gesteld omdat de richtlijnen voldoende duidelijk zijn.
Deze uitspraak bevestigt het recht op opvang tijdens lopende procedures en benadrukt de voorrang van EU-recht boven nationale regelingen die dit beperken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart artikelen 5 en 7 van de Rva onverbindend en beveelt voortzetting van opvang tijdens de beroepsprocedure.