ECLI:NL:RBDHA:2019:4648
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens verleende vluchtelingenstatus in Griekenland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar deze is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser en zijn gezin reeds in Griekenland als vluchteling zijn erkend. De rechtbank heeft op 11 april 2019 de zaak behandeld en direct uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de brief van de Griekse autoriteiten van 15 oktober 2018 ondubbelzinnig aantoont dat eiser en zijn gezin de vluchtelingenstatus in Griekenland hebben verkregen. Hoewel eiser betoogt dat de status kan worden ingetrokken en dat de brief onvoldoende duidelijkheid verschaft, is hiervoor geen aanwijzing gevonden. Verweerder baseert zich op recente en betrouwbare informatie van de Griekse autoriteiten.
Verder is het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing, wat inhoudt dat Nederland mag vertrouwen op de erkenning van de vluchtelingenstatus door Griekenland. Eisers persoonlijke omstandigheden en verklaringen geven geen reden om dit vertrouwen te ondermijnen. Zijn vrees voor de Turkse autoriteiten bij terugkeer naar Griekenland is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag vanwege verleende vluchtelingenstatus in Griekenland.