ECLI:NL:RBDHA:2019:4472
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inwilliging asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 7 januari 2019 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit af op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, waar eiser eerder op 16 februari 2017 een verzoek om bescherming had ingediend.
Eiser voerde aan dat de Nederlandse overheid zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om de aanvraag toch te behandelen, vanwege systematische tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvang, die volgens hem een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro opleveren. Hij onderbouwde dit met recente algemene informatie en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De recente informatie was vergelijkbaar met eerdere door de Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde gegevens, die geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook de bezuinigingen en zorgen over opvangplaatsen waren onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat klachten over niet-naleving van de opvangrichtlijn door Italië bij de Italiaanse autoriteiten moeten worden ingediend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.