Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,
[de man]
[de vrouw]
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland tot machtiging voor uithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Deze maatregel werd gevraagd vanwege ernstige opvoedingsproblemen en het risico dat de minderjarige zich aan noodzakelijke hulp onttrekt, mede omdat hij was weggelopen en vermist.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige en zijn vader niet bereid waren zich te laten horen. Cruciaal was dat de wet vereist dat een gekwalificeerde gedragswetenschapper de jeugdige kort tevoren onderzoekt en instemt met de maatregel. Dit onderzoek kon niet plaatsvinden omdat de minderjarige was weggelopen.
De advocaat van de minderjarige en de moeder verzetten zich tegen het verzoek. De moeder gaf aan dat eerdere gesloten plaatsingen onvoldoende resultaat hadden opgeleverd en wilde dat de minderjarige veilig thuis kwam.
De kinderrechter oordeelde dat vanwege het ontbreken van het noodzakelijke gedragswetenschappelijk onderzoek de machtiging niet kon worden verleend. Tevens werd een spoedmachtiging afgewezen omdat daarvoor geen verzoek was ingediend.
De beschikking werd op 2 april 2019 mondeling gegeven en op 18 april schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door de verzoeker en belanghebbenden.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp is afgewezen wegens het ontbreken van een recent gedragswetenschappelijk onderzoek.