Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
“further elements of dependancy involving more than the normal emotional ties”.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Eritrese vrouw, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan op basis van verblijf bij familie, namelijk haar broer (referent) die in Nederland woont. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij meer dan de gebruikelijke afhankelijkheid van een meerderjarige broer had. De rechtbank oordeelt dat verweerder een onjuist toetsingskader hanteerde door alleen exclusieve afhankelijkheid te beoordelen en niet de volledige gezinssamenstelling en feitelijke omstandigheden mee te wegen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Kopf en Liberda) en de werkinstructie 2018/11, die voorschrijven dat een beschermenswaardige familierelatie meer moet omvatten dan normale emotionele banden. Het feit dat eiseres sinds 2009 bij haar broer en diens gezin woonde en medische zorg ontving, werd door verweerder onvoldoende meegewogen.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 Awb Pro en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een kortere beslistermijn geldt vanwege de belangen van eiseres en de duur van de procedure. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.