ECLI:NL:RBDHA:2019:3774
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bevel tot instemming met prognoseakkoord wegens onvoldoende controle op sollicitatieverplichting
Verzoekster heeft een prognoseakkoord aangeboden als schuldregeling waarbij preferente en concurrente schuldeisers een uitkering van respectievelijk 12,55% en 6,27% over 36 maanden kunnen verwachten. Verweersters, schuldeisers die samen 12,47% van de schuld vertegenwoordigen, weigerden in te stemmen.
De rechtbank stelde vast dat tijdens de uitvoering van het prognoseakkoord onvoldoende controle plaatsvindt op de sollicitatieverplichting van verzoekster, die haar inkomenspositie moet verbeteren. De controle op sollicitaties is minder streng dan bij een wettelijke schuldsaneringsregeling, waarbij uitgebreide en frequente sollicitatieactiviteiten worden geëist en gecontroleerd.
Hierdoor is het niet aannemelijk dat het prognoseakkoord voor schuldeisers financieel gunstiger is dan het wettelijke traject. De rechtbank concludeert dat verweersters in redelijkheid tot weigering konden komen en wijst het verzoek af. Het toelatingsverzoek tot de wettelijke schuldsaneringsregeling blijft gehandhaafd en wordt separaat behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om verweersters te bevelen in te stemmen met het prognoseakkoord wordt afgewezen vanwege onvoldoende controle op de sollicitatieverplichting.