Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
- het op 29 januari 2018 ingekomen verzoekschrift van de man;
- de brief van 2 maart 2018, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van 21 maart 2018, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken van 6 juni 2018, met bijlagen, van de zijde van de man;
- de brief van 25 juli 2018, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- de brieven van 18 juli 2018, 13 september 2018 en 15 november 2018 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- de brief van 4 februari 2019, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het uitstelverzoek van 6 februari 2019 van de zijde van de man;
- twee faxberichten 7 februari 2019 van de zijde van de vrouw;
- het faxbericht van 7 februari 2019 van de zijde van de man;
- het faxbericht van 8 februari 2019 van Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna: JBwest);
- het faxbericht van 8 februari 2019, met bijlage, van de zijde van de man;
- het faxbericht van 11 februari 2019 van de zijde van de man;
- de brief van 11 februari 2019, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
- De man en de vrouw zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2004 te [huwelijksplaats] .
- De man en de vrouw zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende uitsluiting van elke gemeenschap van goederen.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- Bij beschikking van deze rechtbank van 20 april 2018 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van JBwest van 20 april 2018 tot 20 april 2019.
- Deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 januari 2018 in het kader van de voorlopige voorzieningen – voor zover nu van belang – de Raad verzocht met spoed een onderzoek te verrichten naar de vraag aan wie [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de voorlopige voorzieningen procedure definitief dienen te worden toevertrouwd, dan wel in het kader van de bodemprocedure welke gezagssituatie, welke hoofdverblijfplaats en welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 mei 2018 zijn voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover nu van belang inhoudende dat:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 600,-- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans een bedrag dat de rechtbank redelijk acht, vermeerderd met iedere uitkering die de vrouw op grond van geldende wetten of andere regelingen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal of kan worden verleend;
- vaststelling van door de vrouw aan de man te betalen partneralimentatie van € 4.000,-- per maand, met ingang van de dag dat de echtscheiding zal zijn ingeschreven in de openbare registers van de burgerlijke stand, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- bepaling dat de man en de vrouw dienen over te gaan tot verdeling van de huwelijksgemeenschap, op een door de rechtbank nader te bepalen wijze;
- toekenning van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel aan de man gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheiding;
primair:
- een bij de NVM aangesloten onafhankelijke makelaar-RMT taxateur zal worden benoemd, met het verzoek een bindende taxatie af te geven omtrent de waarde van de onroerende zaak;
- de man wordt veroordeeld binnen zeven dagen na het daartoe strekkende verzoek van de vrouw zijn medewerking te verlenen aan de levering van zijn aandeel in de onroerende zaak aan de vrouw, en, bij gebreke van die vereiste medewerking binnen zeven dagen na het daartoe strekkende verzoek van de vrouw, wordt bepaald dat de door de rechtbank te wijzen beschikking in de plaats zal worden gesteld van de medewerking van de man, en waarbij de man de gelegenheid krijgt om uiterlijk drie maanden na de levering van zijn aandeel in de onroerende zaak aan de vrouw de onroerende zaak te ontruimen en in goede staat achter te laten en niet verder te betreden;
- dat voornoemde verkoop aan een derde zal geschieden door een gezamenlijke opdracht van partijen aan een makelaar in onroerend goed en dat, voor het geval partijen niet binnen vier weken na de datum van de door de rechtbank te wijzen beschikking een makelaar daartoe opdracht hebben gegeven, de rechtbank zal bepalen dat de onroerende zaak door een door de rechtbank te bepalen makelaar aan een derde wordt verkocht en dat de vrouw bevoegd is de makelaar daartoe opdracht te geven en om in dit verband alles te doen wat voor de verkoop van de onroerende zaak noodzakelijk is, alsmede te bepalen dat de man aan de makelaar toegang tot de onroerende zaak dient te verschaffen onder meer door de makelaar de sleutel die toegang tot de onroerende zaak verschaft ter hand te stellen om de makelaar in de gelegenheid te stellen om alle door de makelaar voor de goede verkoop van de onroerende zaak dienstig bevonden informatie te vergaren en foto’s te maken, alsmede om met potentiële kopers de onroerende zaak te bezichtigen, alsmede te bepalen dat de man de instructies van de makelaar ten behoeve van de vlotte verkoop van de woning stipt en tijdig dient op te volgen;
- dat partijen in overleg met de makelaar de vraagprijs zullen bepalen, welke vraagprijs dient te zijn gebaseerd op de onroerend goed markt ter plaatse en de kwaliteit van de onroerende zaak, alsmede dat als partijen niet binnen twee weken na de opdrachtverlening er in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen de makelaar de onroerende zaak te koop zal aanbieden tegen een markconforme prijs;
- dat partijen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens zowel de vrouw als de man, gezien de onroerend goed markt ter plaatse en de kwaliteit van de onroerende zaak, de best mogelijke prijs is, alsmede dat in het geval de vrouw en de man het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, de makelaar dit naar beste weten en kunnen zal bepalen, welke prijs ook lager kan zijn dan de prijs waartegen de woning is aangeboden, mits aanvaarding van een eventueel lager bod door de makelaar wordt geadviseerd;
- dat zowel de vrouw als de man is gehouden aan deze verkoop en de daaropvolgende overdracht mee te werken;
- dat de man gehouden is de woning uiterlijk drie dagen voor de levering leeg, ontruimd en in goede staat achter te laten en niet verder te betreden;
zowel primair als subsidiair:
- te bepalen dat zowel de man als de vrouw is gehouden de helft van de gemaakte kosten van de makelaar(-RMT taxateur), de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering aan de koper te dragen;
- te bepalen dat na (verkoop en) levering van de onroerende zaak respectievelijk de helft van de getaxeerde waarde of de verkoopopbrengst, na aflossing van de hypothecaire schulden, en met afkoop en uitbetaling van de aan de hypothecaire leningen verbonden polis van beleggingsverzekering, alsmede na vergoeding/terugbetaling aan de vrouw van € 77.554,--, te vermeerderen met de pro memorie posten, gelijkelijk tussen partijen wordt verdeeld, dan wel dat de man is gehouden een eventueel tekort uit zijn privévermogen aan de vrouw te voldoen;
- de persoonlijke administratie van de vrouw, zoals zij deze op 27 oktober 2017 in de (voormalige) echtelijke woning heeft achtergelaten, waaronder begrepen, maar niet uitsluitend alle stukken betreffende haar huidige en inmiddels opgeheven bankrekeningen, verzekeringspolissen, overeenkomsten en aanschafbewijzen;
- een kopie van de gezinsadministratie zoals zij deze op 27 oktober 2017 in de (voormalige) echtelijke woning heeft achtergelaten, waaronder begrepen, maar niet uitsluitend, alle stukken betreffende de echtelijke woning en de financiering daarvan en de lopende contracten;
- een volledige beschrijving van de zich in de (voormalige) echtelijke woning bevindende inboedel.
Vergoedingen’ zijn de man en de vrouw bij huwelijkse voorwaarden het volgende overeengekomen:
1.verdeling eenvoudige gemeenschappen
- de echtelijke woning gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaatsnaam] ;
- de daarop rustende hypothecaire geldleningen bij de ING ( [nr. 1] ), bestaande uit vier leningdelen;
- de geldlening bij de moeder van de man ten behoeve van de woning;
- de beleggings-/levensverzekering bij ASR met polisnummer [nr. 2] .
2.Vergoedingsvorderingen
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ,
- bepaalt dat de woning zal worden verkocht en geleverd aan een derde, waartoe partijen gezamenlijk een opdracht tot verkoop zullen verstrekken aan een NVM-makelaar; hiertoe dient de man binnen twee weken na de datum van deze beschikking drie NVM-makelaars voor te stellen aan de vrouw, waarna de vrouw er één zal kiezen, en waarbij – bij gebrek aan een voorstel van de man binnen twee weken – de vrouw een NVM-makelaar uitkiest;
- indien partijen niet binnen vier weken na de dagtekening van de beschikking gezamenlijk een makelaar opdracht hebben gegeven tot de verkoop, is de vrouw bevoegd tot het verstrekken van een opdracht aan een door haar te kiezen NVM-makelaar tot verkoop van de woning en in dit verband alles te doen wat voor de verkoop van de onroerende zaak noodzakelijk is;
- de man dient de makelaar als hiervoor bedoeld op eerste verzoek toegang tot de woning te verschaffen, onder meer door de makelaar ter hand te stellen de sleutel die toegang tot de woning verschaft om de makelaar in de gelegenheid te stellen alle voor de goede verkoop van de woning dienstig bevonden informatie te vergaren en foto’s te maken, alsmede om met potentiële kopers de woning te bezichtigen, alsmede de instructies van de makelaar ten behoeve van de vlotte verkoop van de woning stipt en tijdig op te volgen;
- partijen zullen de vraagprijs in onderling overleg met de makelaar bepalen, welke vraagprijs gebaseerd dient te zijn op de onroerend goed markt ter plaatse en de kwaliteit van de woning. Indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening in slagen om gezamenlijk de vraagprijs van de woning te bepalen, zal de makelaar de woning te koop aanbieden tegen een marktconforme prijs;
- partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens zowel de vrouw als de man, gezien de onroerend goed markt ter plaatse en de kwaliteit van de woning de best mogelijke prijs is; indien de vrouw en de man het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, zal de makelaar dit naar beste weten en kunnen bepalen, welke prijs ook lager kan zijn dan de prijs waartegen de woning is aangeboden, mits aanvaarding van een eventueel lager bod door de makelaar wordt geadviseerd;
- zowel de vrouw als de man zijn gehouden aan de verkoop en de daaropvolgende overdracht mee te werken;
- de man is gehouden de woning uiterlijk drie dagen voor de levering leeg, ontruimd en in goede staat achter te laten en niet verder te betreden;
- de man en de vrouw zijn gehouden ieder de helft van de kosten van de makelaar(-RMT taxateur), de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering aan de koper te dragen;
- de netto-verkoopopbrengst van de woning zal na de (verkoop en) levering van de woning na aflossing van de hypothecaire schulden en van de schuld aan de moeder van de man, en met afkoop en uitbetaling van de polis van de beleggingsverzekering, alsmede na vergoeding/terugbetaling aan de vrouw van € 77.554,--, te vermeerderen met de pro memorie posten, gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld, waarbij de vrouw bij een eventueel tekort voor de helft van dat tekort een vordering verkrijgt op de man in privé;
- de en/of betaalrekening bij de ING Bank (IBAN: [nr. 4] );
c. de inboedel;