Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
17 Nevenwerkzaamheden
Rechtbank Den Haag
Werknemer trad op 1 juli 2018 in dienst bij Nationwide Produce PLC met een arbeidsovereenkomst voor één jaar en een nevenwerkzaamhedenbeding in artikel 17. Tijdens ziekte meldde hij zich ziek in september 2018. Op 15 november 2018 werd hij op staande voet ontslagen wegens het oprichten van twee concurrerende ondernemingen en het bekleden van een nevenfunctie als algemeen directeur, in strijd met het beding. Tevens werd hem verweten de bedrijfsauto te gebruiken tijdens arbeidsongeschiktheid en mogelijke onregelmatigheden.
Werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het oprichten van de vennootschappen zonder feitelijke handelsactiviteiten geen overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding oplevert en dat het ontslag als ultimum remedium niet gerechtvaardigd was. Nationwide voerde verweer dat het verbod op nevenwerkzaamheden was overtreden en dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven. Tevens verzocht Nationwide voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek van werknemer ontvankelijk is ondanks onjuiste tenaamstelling, dat het oprichten van de ondernemingen en het bekleden van een nevenfunctie een ernstige schending van het beding vormt. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven omdat van Nationwide niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag werd afgewezen en het zelfstandig verzoek van Nationwide niet ontvankelijk verklaard.
Werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter L.C. Heuveling van Beek op 12 april 2019.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven en het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen.