ECLI:NL:RBDHA:2019:3120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 21 oktober 2018 een asielaanvraag in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank overwoog dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt.
De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd geoordeeld dat ondanks tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem, er geen sprake is van een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij bij overdracht aan Italië geen opvang of basisvoorzieningen zou krijgen of dat bijzondere individuele omstandigheden een overdracht onredelijk zouden maken.
De rechtbank concludeerde dat eiser zich bij eventuele tekortkomingen in Italië tot de Italiaanse autoriteiten moet wenden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib en griffier M.H. van Limpt op 25 februari 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.