Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2019 in de zaken tussen
[naam] , eiser in de zaak met nummer AWB 18/8208,
[naam 4],
[naam 5],
[naam 6], eisers in de zaak met nummer AWB 18/8210,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De conclusie is dat de beroepen ongegrond zijn. Gelet op het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit in de zaak met nummer AWB 18/8209 is er in die zaak aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Verweerder zal worden veroordeeld in de proceskosten van eiseres in die zaak, vast te stellen op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in de zaak met nummer AWB 18/8209, ten bedrage van € 1.024,- (duizendvierentwintig euro), te betalen aan eiseres.