ECLI:NL:RBDHA:2019:2359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep minderjarige asielzoekster op uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie
Eiseres, een minderjarige met de Armeense nationaliteit, vroeg samen met haar familie asiel aan in Nederland. Haar asielaanvraag werd afgewezen en zij verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege haar psychische klachten, waaronder vermoedelijke PTSS. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht twee adviezen uit waarin werd geconcludeerd dat de behandeling van tijdelijke aard is en dat bij uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is.
Eiseres voerde aan dat het BMA-advies onzorgvuldig en onvolledig was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met haar belangen als minderjarige. Zij stelde dat zij ten onrechte niet was gehoord en verwees naar onderzoeken over de gevolgen van chronische stress bij kinderen. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat verweerder terecht van dit advies was uitgegaan. De aanvullende medische informatie bevestigde de eerdere conclusies.
De rechtbank volgde het betoog van eiseres niet dat bij minderjarigen een andere toetsingsmaatstaf moet gelden voor medische noodsituaties en oordeelde dat het niet horen van eiseres in deze procedure niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie wordt ongegrond verklaard.