ECLI:NL:RBDHA:2019:1907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens gebrek aan wettelijke grondslag na arrest Gnandi
Eiser, een Kameroense vreemdeling, diende een opvolgende asielaanvraag in waarna hem een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op de weigering van toegang tot Nederland en het risico op onderduiken. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de EU bepaalt dat alle rechtsgevolgen van een afwijzend asielbesluit worden geschorst zolang beroep en voorlopige voorziening mogelijk zijn.
De rechtbank bevestigde dat de toegangsweigering en daarmee de vrijheidsontnemende maatregel niet kunnen worden gehandhaafd zolang de asielprocedure en voorlopige voorziening lopen. Verweerder kon niet aantonen dat de maatregel een juiste wettelijke grondslag had, ook niet onder verwijzing naar het Vreemdelingenbesluit. De rechtbank oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanaf het moment van oplegging.
De rechtbank beval de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per direct en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.040 voor 13 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €1.024. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven wegens gebrek aan wettelijke grondslag en eiser krijgt schadevergoeding toegekend.