Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
- de dagvaarding van 2 juli 2019;
- de conclusie van antwoord;
- de in het geding gebrachte producties.
1.Feiten
Uit de stukken van cliënt en zijn toelichting maak ik op dat u eerst als makelaar voor hem hebt opgetreden, om vervolgens deze positie te gebruiken om een huurovereenkomst met hem aan te kunnen gaan. Naar het idee van cliënt is deze huurovereenkomst slechts aangegaan om gedurende de leegstand tijdens de verkoop de kosten voor deze woning te kunnen ondervangen. Cliënt was er dan ook van overtuigd dat hij op elk moment deze huurovereenkomst kon opzeggen, waarna de woning leeg aan hem zou worden opgeleverd. Inmiddels heeft cliënt ondervonden dat hij niet de beschikking over zijn woning krijgt, ondanks het feit dat hij bij u heeft aangegeven niet langer meer te willen verhuren.