ECLI:NL:RBDHA:2019:14786
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opschorting euthanasie in beslag genomen Staffordshire Terriërs
In deze zaak vordert de eigenaar van twee Staffordshire Terriërs, die op 1 augustus 2019 in beslag zijn genomen wegens overtreding van een muilkorf- en aanlijngebod en gevaarlijk gedrag, opschorting van de voorgenomen euthanasie van zijn honden. Het Riskassessmentteam van de Universiteit Utrecht heeft uitgebreid gedragstests uitgevoerd en concludeerde dat de honden vanwege onaanvaardbaar hoge risico's voor de maatschappij niet herplaatsbaar zijn, waardoor euthanasie de enige optie is.
De eigenaar betwist deze conclusie en voert aan dat het Comité Dierennoodhulp heeft gesteld dat de honden wel te trainen zijn, zodat euthanasie niet gerechtvaardigd is. Bovendien heeft hij aangeboden de bewaarkosten te betalen om zo vernietiging te voorkomen. De officier van justitie heeft echter op grond van artikel 117 Sv Pro een machtiging tot vernietiging verleend, waarbij de rechtbank oordeelt dat deze beslissing binnen de ruime beleidsvrijheid van het OM valt.
De voorzieningenrechter stelt dat het onderzoek van het Riskassessmentteam gedegen en gemotiveerd is en dat het Comité onvoldoende gewicht heeft. De tests zijn bedoeld om het risico op bijtincidenten te beoordelen en de honden zijn niet geschikt voor langdurige bewaring. De vordering tot opschorting wordt daarom afgewezen en de eigenaar wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot opschorting van de euthanasie van de in beslag genomen honden af.