De rechtbank Den Haag heeft op 29 november 2019 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure met nevenvoorzieningen tussen man en vrouw. De echtscheiding was eerder uitgesproken, maar de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de waardering van het aandeel in de vof bleven onduidelijk. Partijen leverden veel stukken aan, maar onvoldoende inzicht in de waarde van de vof en de schulden.
De voormalig echtelijke woning was onderhands verkocht met een netto-opbrengst van €42.354,- die bij notaris in depot ligt. Partijen zijn het eens dat dit bedrag bij helfte wordt verdeeld. Het bedrijfspand leverde geen opbrengst op. Drie polissen op naam van de man worden gesplitst en verdeeld.
De rechtbank oordeelde dat partijen gezamenlijk een onafhankelijke accountant zullen benoemen om de waarde van de vof te bepalen, waarna verrekening plaatsvindt. Het zelfstandige verzoek van de man om zijn vergoedingsrecht te effectueren wordt afgewezen, omdat de vrouw niet over voldoende privévermogen beschikt en pas recent van de uitsluitingsclausule wist.
Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot aanhouding of nadere stukken is afgewezen.