ECLI:NL:RBDHA:2019:14684
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onterechte eis geldig paspoort bij beoordeling medische zorg in Nigeria
Verzoekster, een Nigeriaanse vreemdeling met diverse medische klachten, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Verweerder wees dit af, mede omdat verzoekster geen geldig paspoort overlegde om haar identiteit en nationaliteit te bewijzen. De rechtbank oordeelt dat een recent verlopen paspoort voldoende is om identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken, waardoor het beroep gegrond is en het bestreden besluit wordt vernietigd.
De rechtbank onderzoekt vervolgens of de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven. Verzoekster stelt dat noodzakelijke medische zorg in Nigeria feitelijk niet toegankelijk is vanwege afstand, kosten en haar rolstoelafhankelijkheid. Verweerder motiveert dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zorg ontoegankelijk is. De rechtbank volgt dit standpunt, mede gelet op jurisprudentie dat reizen voor behandeling verwacht mag worden en het ontbreken van onderbouwing van verzoekster.
Daarom blijven de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand en wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de uitzetting kan doorgaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.