ECLI:NL:RBDHA:2019:13715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende onderzoek verblijfsrecht Spanje
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een Spaans verblijfsdocument geldig tot 2024 en woont in Nederland bij zijn partner met wie hij twee minderjarige kinderen heeft. Hij vroeg een verblijfsdocument EU/EER aan voor verblijf bij zijn partner in Nederland, maar dit werd afgewezen door verweerder. Verweerder ging ervan uit dat het verblijfsrecht in Spanje nog bestond vanwege het geldige Spaanse document.
Eiser betwistte dit en stelde dat het verblijfsrecht in Spanje is vervallen, onder meer omdat hij sinds 2017 gescheiden is van zijn toenmalige echtgenote op grond waarvan het verblijfsrecht was verleend. De rechtbank overweegt dat het verblijfsrecht op grond van de Verblijfsrichtlijn declaratoir is en niet afhankelijk van de Spaanse overheid of haar documenten. Verweerder heeft zonder nadere motivering te veel waarde gehecht aan het Spaanse verblijfsdocument.
De rechtbank constateert een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen waarbij hij eerst nader onderzoekt of het verblijfsrecht in Spanje nog bestaat, waarbij eiser alsnog wordt gehoord. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht aan eiser worden vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen na nader onderzoek van het verblijfsrecht in Spanje.