ECLI:NL:RBDHA:2019:13503
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 ondanks betwisting verjaring en aftrekposten
Eiser betwist de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2013, opgelegd door de inspecteur. De navorderingsaanslag is op 16 december 2017 vastgesteld, nadat de definitieve aanslag op 11 februari 2015 was opgelegd. Eiser stelt dat de aanslag verjaard is op grond van artikel 4:104 Awb Pro en betwist tevens de hoogte van de aftrekposten.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslag binnen de wettelijke termijn van vijf jaar is opgelegd, zoals bepaald in artikel 16, derde lid, Awr. Het beroep op verjaring faalt daarom. Ten aanzien van de inhoudelijke betwisting van de aftrekposten stelt de rechtbank vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hogere kosten in aftrek komen dan reeds door verweerder zijn toegestaan bij de uitspraak op bezwaar.
Verder overweegt de rechtbank dat artikel 4:104 Awb Pro betrekking heeft op de invordering van belastingschulden en niet op de vraag of een navorderingsaanslag terecht is opgelegd. De vraag naar invordering valt buiten deze procedure. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.