ECLI:NL:RBDHA:2019:13044
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters wegens vermeende partijdigheid niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, vanwege een telefoongesprek tussen een van de rechters, mr. Van Ravenstein, en een Amerikaanse rechter. Verzoekster stelde dat mr. Van Ravenstein onpartijdig zou zijn vanwege haar verklaringen in dat gesprek, wat ook afstraalde op de andere rechters.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoekster al op of kort na 7 november 2019 op de hoogte was van de omstandigheden die aanleiding gaven tot wraking, maar het verzoek pas op 20 november 2019 indiende. Dit tijdsverloop van bijna twee weken werd niet redelijk verklaard, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.
De kamer overwoog bovendien dat het gebruikelijk is dat een rechter contact heeft met buitenlandse ambtsgenoten en dat het transcript van het telefoongesprek geen aanwijzingen bevatte voor de schijn van partijdigheid. De procedure werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.