Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Procedure
- de dagvaarding van 1 november 2018 met een productie,
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een vordering van eiser tot betaling van openstaande facturen voor telecommunicatiediensten. Gedaagde stelt dat de internetaansluiting vanaf het begin niet naar behoren functioneerde, ondanks meerdere klachten en bezoeken van monteurs. Gedaagde heeft de overeenkomst daarom buitengerechtelijk ontbonden en is gestopt met betalen.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet langer betwist dat er sprake was van aanhoudende storingen en dat gedaagde terecht heeft aangegeven de overeenkomst te willen beëindigen. De rechter oordeelt dat de gebrekkige dienstverlening een tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt.
Hierdoor hoeft gedaagde de facturen over de periode van de gebrekkige internetverbinding niet te betalen. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl gedaagde een forfaitaire vergoeding voor gemaakte kosten ontvangt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van facturen wordt afgewezen wegens terechte ontbinding van de overeenkomst door gebrekkige internetverbinding.