ECLI:NL:RBDHA:2019:12225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser, een Nigerese asielzoeker met een duurzame relatie met een Nederlander, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris stelde de aanvraag buiten behandeling omdat België verantwoordelijk was voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening, waarbij België instemde met de overname.
Eiser voerde aan dat hij als gezinslid van een Nederlander recht had op behandeling in Nederland en dat overdracht naar België onrechtvaardig was vanwege zijn seksuele geaardheid en de grote Nigerese gemeenschap aldaar. De rechtbank oordeelde dat artikel 9 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is omdat de partner de Nederlandse nationaliteit bezit en geen internationale bescherming geniet.
De rechtbank vond dat de staatssecretaris de procedure zorgvuldig had gevolgd, inclusief het horen van eiser en het bieden van mogelijkheden tot reactie. Het vertrouwen in België als verantwoordelijke lidstaat werd niet doorbroken, ook niet door de door eiser aangevoerde persoonlijke omstandigheden.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.