ECLI:NL:RBDHA:2019:12147
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond en weigering voorlopige voorziening
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland na verblijf in Zuid-Afrika vanwege familieproblemen en geweld tegen immigranten. Verweerder wees de aanvraag af omdat Ghana als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij bescherming nodig heeft.
Eiseres stelde dat het gehoor niet adequaat was vanwege taalproblemen en dat verweerder onvoldoende rekening hield met haar culturele achtergrond en de gevolgen van het weigeren om priesteres te worden. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete informatie gaf over de gevaren bij terugkeer en dat verweerder haar relaas terecht niet als gegronde vrees voor vervolging beschouwde.
Daarnaast voerde eiseres aan dat het besluit onrechtmatig was omdat het beroep geen automatische schorsende werking heeft, verwijzend naar het arrest Gnandi. De rechtbank volgde dit niet en oordeelde dat het terugkeerbesluit juist conform de Terugkeerrichtlijn is genomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.