Uitspraak
Beschikking op het op 18 januari 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[X] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Verzoekster verkreeg bij geboorte de Nederlandse nationaliteit door afstamming van haar (op dat moment) Nederlandse vader ex artikel 1 sub a van Pro de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI).
- Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk en trad de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (TOS) in werking.
- Verzoekster en haar ouders woonden op 25 november 1975 in Suriname. Verzoekster volgde daarom als minderjarige van rechtswege haar vader in de verkrijging van de Surinaamse nationaliteit en het verlies van de Nederlandse nationaliteit op grond van de verdragsbepalingen van de TOS.