ECLI:NL:RBDHA:2019:10097
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asielzoeker wegens ontbreken procesbelang door vertrek met onbekende bestemming
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een asielzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris had het verzoek afgewezen als kennelijk ongegrond. Tijdens de zitting was noch eiser noch zijn gemachtigde aanwezig.
Uit stukken bleek dat eiser zijn zelfstandige woonruimte had verlaten zonder bekendmaking van zijn verblijfplaats. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat vertrek met onbekende bestemming impliceert dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij contact met de gemachtigde wordt onderhouden en bekend is dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft.
De gemachtigde van eiser gaf aan niet namens eiser te verschijnen en geen nadere toelichting te geven. De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij inhoudelijke behandeling van het beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep had beslist.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.