ECLI:NL:RBDHA:2018:9854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende aannemelijkheid mensenhandelverhaal
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw en moeder van drie minderjarige kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op humanitaire gronden wegens mensenhandel. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af en trok de tijdelijke verblijfsvergunningen van haar en haar kinderen in. Eiseres voerde aan dat haar verklaringen niet correct zijn beoordeeld en dat zij niet over alle processtukken beschikte tijdens de bezwaarprocedure, wat haar recht op een eerlijk proces zou hebben geschaad.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiseres over haar paspoort, visumaanvraag en reis naar Nederland tegenstrijdig, summier en onvoldoende concreet waren. Ook was het mensenhandelverhaal niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank vond geen sprake van schending van het equality of arms-beginsel, omdat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar verhaal toe te lichten en het proces-verbaal van aangifte haar eigen verklaringen bevatte.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat geen bijzondere individuele omstandigheden bestonden die verblijf in Nederland rechtvaardigen. Ook het beroep op een eerdere uitspraak en het verzoek om beoordeling door een multidisciplinair team werden afgewezen. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de verblijfsvergunningen werden ingetrokken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning wegens mensenhandel is ongegrond verklaard.