ECLI:NL:RBDHA:2018:985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en beoordeling opvang in Italië
Eiser, een Guinese nationaliteit, diende op 23 juli 2017 een asielverzoek in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam dit verzoek niet in behandeling op grond van artikel 30, lid 1, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.
Eiser betwist niet dat Italië verantwoordelijk is, maar stelt dat hij het Italiaanse kamp waar hij verbleef heeft verlaten vanwege onmenselijke omstandigheden en beroept zich op artikel 1 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. Hij stelde dat de staatssecretaris nader onderzoek had moeten doen en garanties had moeten vragen dat hij bij terugkeer niet in hetzelfde kamp zou worden geplaatst.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er systeemtekortkomingen zijn in Italië die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondermijnen. De gebreken in de opvang zijn onvoldoende om te concluderen dat hij een behandeling wacht die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Ook faalt het beroep op artikel 1 van Pro het Handvest, omdat dit geen aanvullende rechten biedt ten opzichte van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen te stellen of te wachten op vragen van het Duitse Bundesverwaltungsgericht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.