ECLI:NL:RBDHA:2018:9729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eiseres, met de Guinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf om haar echtgenoot te bezoeken. Deze aanvraag werd afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd ten opzichte van een eerdere aanvraag die reeds was afgewezen en onherroepelijk was verklaard.
Eiseres voerde aan dat de geboorte van haar tweede kind en een schoolverklaring van haar oudste kind nieuwe feiten waren die het besluit konden beïnvloeden. De rechtbank oordeelde echter dat deze feiten reeds bekend waren bij het eerdere besluit of niet als nieuw konden worden aangemerkt, aangezien de schoolverklaring dateert van vóór de eerdere aanvraag.
De rechtbank bevestigde dat het verblijfsdoel ongewijzigd was en dat de bestuursrechter het besluit van de overheid als uitgangspunt neemt bij de toetsing. Omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat een hernieuwde toetsing gerechtvaardigd was, werd het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.