ECLI:NL:RBDHA:2018:9595
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot strengere handhaving fietsverkeersregels Amsterdam
Een bewoner uit het centrum van Amsterdam vorderde in kort geding dat de minister van Justitie en Veiligheid de hoofdofficier van justitie zou opdracht geven om de handhaving van fietsverkeersregels in Amsterdam te intensiveren. Hij stelde dat fietsers zich niet aan verkeersregels houden, wat leidt tot hinder en onveiligheid, en dat de politie onvoldoende optreedt.
De Staat erkende dat overtredingen plaatsvinden en dat handhaving plaatsvindt, maar verwees naar het Regionaal Verkeershandhavingsplan 2018, waarin prioriteiten zijn vastgesteld door de lokale driehoek (burgemeester, hoofdofficier en politie). De voorzieningenrechter benadrukte dat het maken van prioriteiten en inzet van politie een beleidsvrijheid is die slechts marginaal door de rechter kan worden getoetst.
De rechtbank concludeerde dat de Staat niet onrechtmatig handelt jegens de bewoner en dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Ook de eis tot publicatie van het vonnis werd afgewezen. De bewoner werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot strengere handhaving van fietsverkeersregels in Amsterdam wordt afgewezen wegens beleidsvrijheid en onvoldoende onrechtmatigheid.