Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 maart 2018 (het bestreden besluit).
Overwegingen
Later is eiser bevriend geraakt met [naam1] en zij vertelde hem over een ayatollah, die als een soort vader voor haar is en die in de gevangenis zat. [naam1] wilde zijn woorden, zijn artikelen verspreiden om te helpen hem vrij te krijgen. Eiser heeft haar hierbij geholpen. In augustus 2015 is [naam1] opgepakt, werd er een inval gedaan in eisers café en zijn er agenten bij hem thuis langs geweest. Eiser is toen een paar dagen ondergedoken en heeft daarna op illegale wijze Iran verlaten.
Tot slot heeft eiser aangevoerd dat hij in Nederland is bekeerd tot het christendom.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) zijn adviezen van Bureau Documenten, deskundigenadviezen aan verweerder ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. [1] Indien verweerder een dergelijk advies aan een besluit ten grondslag legt, moet hij zich ervan vergewissen dat dit naar de wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Indien dat het geval is, kan de uitkomst van het advies slechts met succes worden bestreden door een andersluidende contra-expertise van een deskundige in te brengen. [2] Anders dan eiser heeft betoogd, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om te concluderen dat verweerder niet aan deze vergewisplicht heeft voldaan. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat uit het rapport van Bureau Documenten van 9 januari 2017 duidelijk blijkt dat er aan de hand van referentiemateriaal is geconcludeerd dat het vonnis mogelijk niet echt is. Verder heeft eiser geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het rapport naar voren gebracht en ook geen contra-expertise ingebracht. De brief van eisers Iraanse advocaat van 23 oktober 2017, die uitlegt dat het gaat om een kopie van het vonnis dat is voorzien van originele stempels, kan niet als deskundigenbericht worden aangemerkt.
Ten slotte heeft verweerder terecht bij zijn standpunt betrokken dat de door eiser overgelegde oproep om te verschijnen bij de onderzoeksrechter, door Bureau Documenten als ‘mogelijk niet echt’ is aangemerkt. Voor zover eiser ook ten aanzien van dit document heeft betoogd dat verweerder niet aan zijn vergewisplicht heeft voldaan, verwijst de rechtbank naar wat hiervoor onder 6 is overwogen. Ook voor dit document geldt dat uit het rapport van Bureau Documenten van 9 januari 2017 duidelijk blijkt dat er aan de hand van referentiemateriaal is geconcludeerd dat het mogelijk niet echt is.
Beslissing
mr. A.A. Dijk, griffier.